Als je als lezer deze kroniek vlot doorleest krijg je de indruk dat dit ook het eerste grafregister van Bergklooster is.
Wie nu nog een priesterlijk graf wil opzoeken volgens de kroniek zal daar wel enige moeite mee hebben. De plekken zijn inmiddels opnieuw uit gebruikt voor begravingen in de negentiende en twintigste eeuw. Toch is er nog één fraai versierde zerk die dateert uit de nadagen van het klooster (1541). Daaronder ligt waarschijnlijk tot op de dag van vandaag dhr Jan Mulert begraven, een adellijke buurman, die woonde op het landgoed “de Kranenburg”, wiens familie altijd een innige band met de kloosterlingen had. We nemen aan dat er na 1477 nog steeds begraven werd in en om het klooster.
Rond 1580 wordt het klooster opgeheven en in 1581 wordt er een begonnen aan de afbraak. De kloostermoppen werden stuk voor stuk afgevoerd naar de stad Zwolle om de vestingwerken te verstevigen want de tijden waren onzeker geworden vanwege de reformatie en de 80 jarige oorlog. Wat overbleef was de begraafplaats die toegeëigend werd door de buurtbewoners die er al lange tijd hun doden begroeven. Van de tijd na 1581 is géén registratie van begrafenissen bekend.
Af en toe duikt er een bekende Zwollenaar op die in die periode op Bergklooster begraven is ( meester Bartjens 1638). Vanaf 1683 wordt er, verplicht door het stadsbestuur, een grafregister bij gehouden. Het gaat dan vooral om de baten, de overledenen worden lang niet altijd met name genoemd maar b.v. aangeduid als een man uit de Dieze; een wijk in Zwolle en de kosten voor begraven. Buurtbewoners wonende in één van de vijf omliggende buurtschappen kregen gratis een graf. Diegenen die van buiten de buurtschappen kwamen, uit de stad Zwolle b.v., moesten een bijdrage leveren en zelf voor een doodgraver zorgen. In de 17 e, 18 e en 19 e eeuw werden nog regelmatig katholieken begraven, totdat zij eind 19 e eeuw een eigen begraafplaats kregen. Verschillende dominees beklaagden zich over de paapse praktijken op Bergklooster maar de protestants gezinde buurtbewoners werden geprezen om hun tolerantie. Verder trok de begraafplaats vooral protestant Zwolle.
De oudste grafregisters bevinden zich momenteel in het gemeente archief en bestrijken de periode vanaf 1683 tot 1825.
In een van de boeken wordt melding gemaakt van de aanschaf van een luiklok (1756) die nog steeds dienst doet tijdens de begrafenissen.
De periode daarna bevindt zich in het archief van Bergklooster.
Vanaf ongeveer 1825 staan er nog grafmonumenten op de begraafplaats met uitzondering van de zerk van Jan Mulert (1540).
Oude zandstenen bouwfragmenten die de slopers van het klooster hebben laten liggen, zijn in grote getale gebruikt als grafsteentjes. Een stuk van zo’n steen werd dan vlak geschuurd waarop vervolgens de initialen van de overledene werden gekrast. Enkele bouwfragmentgrafpaaltjes worden nu bewaard in een museumschuurtje op de begraafplaats samen met andere bouwfragmenten die gevonden werden tijdens het delven van graven. Door onderzoek in oude schriftelijke bronnen en veldwerk is ongeveer bekend waar het klooster op de begraafplaats heeft gestaan. In 1998, het jubileumjaar, is er nog een restant van een muur gevonden aan de oostrand.
U bevindt zich hier:
De geschiedenis
Grafregister
