De Stentor 17-08-2004
Zeldzame pad dol op Zwolle
Populatie steeds groter
van een van onze verslaggeefsters
Zwolle- Zwolle heeft een veel grotere knoflookpaddenpopulatie dan tot nog toe werd aangenomen. Omwonenden van de Agnietenberg hebben onlangs nieuwe padden bij een tweede poel gevonden. Ook op de algemene begraafplaats Bergklooster is het zeldzame beestje ontdekt.
De knoflookpad- een van de meest zeldzame én bedreigde amfibiesoorten van ons land- werd vorig jaar bij een poel in de buurt van de Agnietenberg aangetroffen. Het was een zeer opmerkelijke locatie, want de zeldzame pad had zich te midden van de villa’s in een klein watertje verschanst. Onderzoekers schatten in dat er tot maximaal veertig van de knoflookpadden- zo genoemd door de knoflookachtige geur die het beestje afscheidt wanneer gevaar dreigt- aanwezig waren.
Bewoners van datzelfde gebied hebben vorige week een tweede poel aangetroffen waar de padden zich ook ophouden. ‘Daar zijn in ieder geval zes roepende mannetjes gesignaleerd’, zegt Wilbert Bosman, knoflookpaddenspecialist bij de Ravon (Reptielen, amfibieën, vissen Organisatie Nederland).
Hij is coördinator van het beschermingsplan Knoflookpad dat onder auspiciën van de rijksoverheid is opgesteld. Dat plan moet het uitsterven van de knoflookpad voorkomen.
Bosman is zeer enthousiast over de nieuwe Zwolse vondst, want nu staat vast dat het leefgebied van de pad in Zwolle groter is dan was aangenomen. ‘Zelfs bij het delven van een graf op de nabijgelegen begraafplaats werd een exemplaar aangetroffen’.
Hoe groot de Zwolse populatie knoflookpadden exact is, weet de onderzoeker niet. In ieder geval gaat het om een redelijk groot aantal.
‘Zwolle heeft er uitzonderlijk veel’, zegt de specialist.
Daarmee zou het voor de hand liggen dat de stad meedoet aan het groots opgezette knoflookpaddenonderzoek dat Natuurmonumenten en de Ravon nu uitvoeren in de IJsselvallei. Maar dat wordt alleen nabij Voorst gehouden.
Volgens Bosman is het in Zwolle erg lastig een dergelijk onderzoek uit te voeren, omdat de padden zich dichtbij de bebouwde kom ophouden en het onderzoek ’s nachts – wanneer de diertjes actief zijn – moet worden uitgevoerd.
